De Grote Belgische Dansvitrine

Nicolas Vladyslav is danser, choreograaf en leraar.
Hij studeerde circus (trapeze, acrobatie en handstand) en dans (ballet en hedendaags) in Frankrijk (CNSM Lyon).
Hij werkte met choreografen zoals ; Sidi Larbi Cherkaoui, Michèle Anne De May, Lisi Estaras, Liesbeth Gruwez
en geeft les in SEAD (Salzburg), La Raffinerie (Brussel) en vele andere organisaties en plaatsen.

“Ik vind Dansvitrine een mooie manier om dansers en choreografen de kans te geven hun eigen werk te tonen en te ontwikkelen.”

Na een master in Oosterse talen en eentje in theaterwetenschap bouwde Sigrid Janssens een twintig-jaar-lange expertise uit binnen een podiumkunstenlandschap. Dit in uiteenlopende functies zoals programmator, communicatiemanager en algemeen manager. Sinds oktober 2022  is ze artistiek coördinator Dans in Brugge. Dat is een unieke samenwerking tussen Cultuurcentrum Brugge, KAAP en Concertgebouw Brugge. Samen met die drie cultuurhuizen bundelt ze de krachten om van Stad Brugge een echte dansstad te maken voor publiek én makers.

 

Wim Vanlessen is een gevierd balletdanser. Geslagen tot Ridder in de Leopoldsorde als erkenning voor zijn buitengewone bijdrage aan de culturele kunsten in België, is hij een internationale ambassadeur voor de dans als vertegenwoordiger van het Koninklijk Ballet Vlaanderen, zowel op als buiten het podium.

Hij is de auteur van zijn boek “Dancer” en lanceerde onlangs een kinderboek “Een heel bijzondere jongen”.
Vanlessen is een gerespecteerd bewegingsregisseur en was jurylid bij Dancing With The Stars!

Als uitvoerend en artistiek directeur van “Time To Dance” toonde Vanlessen het beste van wat de balletwereld te bieden heeft in een veelgeprezen balletgala in aanwezigheid van Hare Majesteit Koningin Mathilde van België.

Merel Vercoutere is programmator. Tijdens haar studies Kunst- en theaterwetenschap nam ze actief deel aan dansworkshops, waarna ze aan de slag ging als stafmedewerker dans bij Mooss. Niet veel later interesseerde ze zich in de productie van dansvoorstellingen en werkte ze voor Les Ballets C de la B. Ook ging ze aan de slag als project medewerker bij DANSAND in Oostende.  Haar enthousiasme als amateurdanser en als werker in de professionele kunsten brengt ze samen in het initiatief TALK vzw, meer bepaald in Gent Bougement. Een project dat van festivalwerking evolueerde tot een platform dat kansen biedt om dansers te verbinden met maatschappelijke verhalen en noden. Uiteindelijk ging ze aan de slag bij KAAP als programmator dans.  Ze programmeert er voorstellingen met een focus op dans en performance. In Brugge werkt ze samen met coördinator Sigrid Janssens aan de invulling van het ambitieuze project  “Dans in Brugge”. Ze creëert er kansen tot creatie via coproducties en repetitieruimte en presenteert voorstellingen in de gepaste context zoals Bits of Dance of December Dance. Enkele van deze creaties krijgen ook een plek op DANSAND waarvan ze ook de rest van de programmatie voor haar rekening neemt.

“Vanuit de nieuwsgierigheid naar wat jonge mensen vandaag creëren. Wat drijft hen, wat interesseert hen? Omdat ik het zelf nog steeds interessant vind om samen te praten over dans en elkaars gevoel erover te delen. En vanuit de overtuiging dat het interessant is om hen ook te introduceren vanuit de visie van een programmator: op wat letten wij, hoe kijken wij…”

Zoë Demoustier (1995) is performer en choreograaf onder de vleugels van het Brusselse gezelschap Ultima Vez.

Het lichaam is steeds het vertrekpunt van haar visuele voorstellingen. Vanuit beweging maakt ze linken met actuele en geëngageerde onderwerpen en creëert ze documentaire choreografisch werk.

Zoë studeerde aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Academie voor Theater en Dans en behaalde nadien een Master aan het RITCS Brussel.

Ze maakte de voorstellingen What Remains (Ultima Vez), Unfolding an Archive (ism STUK), Beating Choir (BRONKS BE & Le Carrousel CA) en nesten & Wat was en wat nu (fABULEUS/Anna Bentivegna & Ayrton Fraenk), en werkte als performer en assistent met o.a. Kabinet K, Michiel Vandevelde, Alma Söderberg/Manyone, Iris Bouche/Opera Ballet Vlaanderen, David Weber Krebs en Marcelo Evelin.

In 2021 was ze ambassadeur van Dag van de Dans waarin ze dansmakers van morgen creëerde i.s.m. De Zendelingen om zo dans en dansmakers meer zichtbaarheid te geven.

“Omdat ik er zelf als startende maker/choreograaf mijn eerste stappen kon zetten en omdat ik daar kon voelen hoe belangrijk het is om binnen een veilige en warme omkadering te mogen zoeken en proberen en zo te kunnen groeien. Ook bijzonder vind ik de mix van makers, dansers, leeftijden en stijlen die er aan bod komen, de eigenheid en passie die van dit soort projecten uitgaan draagt een grote kracht in zich. “

Alexander Vantournhout studeerde aan ESAC, de hogeschool voor circus in Brussel, waar hij zich verdiepte in rad, jongleren en acrobatie om zich vervolgens toe te leggen op een dansstudie aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Zijn bewegingstaal wordt beïnvloed door danstechnieken, gevechtskunst, circus, yoga, anatomie en de dierenwereld. Twee constanten in zijn artistiek parcours zijn de zoektocht naar het creatief en kinetisch potentieel van het lichaam en het onderzoek naar de vele aspecten van de relatie tussen kunstenaar en object.

In 2014 gaat Caprices in première, een solo-choreografie op de muziek van Sciarrino. Een jaar later creëert Alexander Aneckxander (2015) ism. Bauke Lieven. In 2017 ontwikkelt Vantournhout, eveneens bijgestaan door Bauke het duet Raphaël. The Ceramic Rose (2018) vormt een choreografische solo die de theatrale monoloog van Scali Delpeyrat ondersteunt. Zijn eerste groepsstuk, Red Haired Men (2018) is geïnspireerd op de absurde poëzie van Daniil Kharms en mengt dans met acrobatie, theater en magie. In 2019 ontwikkelt Alexander zijn eerste in-situ voorstelling, SCREWS. Vijf performers gidsen het publiek door een serie micro-performances die zich tussen en rondom het publiek afspelen. Met Through the Grapevine (2020) keert Alexander Vantournhout terug naar de theaterzaal en bouwt hij met dit duet tot op zekere hoogte verder op het idee van Aneckxander. Het lichaam wordt opnieuw geïntroduceerd in een zeer pure vorm en de voorstelling verdiept zich in het creatieve en kinetische potentieel van fysieke begrenzing. Met Contre-jour (2021) kiest Alexander voluit voor de rol van choreograaf en geeft hij het podium aan vijf dansers met uiteenlopende achtergronden. In het najaar van 2022 stapt Alexander Vantournhout opnieuw solo het podium op met VanThorhout. Foreshadow gaat in première in de zomer van 2023.

Alexander Vantournhout creëerde twee dansfilms, Screws & Stones (2019) en Snakearms (2021). Laatstgenoemde werd geselecteerd voor Cinedans, het NY Segal Film Festival en het TheaterFestival. Ook Aneckxander, SCREWS, Through the Grapevine en VanThorhout werden geselecteerd voor het TheaterFestival als één van de meest opmerkelijke voorstellingen van het seizoen.

Lisi Estaras studied dance in Cordoba, Argentina, and at the Rubin Academy of Music and Dance in Jerusalem. After that she joined the Batsheva Ensemble in Tel Aviv.

Since 1997 Lisi has been collaborating with les ballets C de la B: as a dancer and co-creator in Iets op Bach, Wolf, VSPRS, Pitie!, C(H)oeurs and Tauberbach by Alain Platel and in Tempus Fugit by Sidi Larbi Cherkaoui. Lisi has since choreographed performances on her own and in collaboration with other artists like Bartime (Campo, Ghent), Cocina Erotica and No Wonder (Constanza Macras, Schaubühne Berlin), Leche (Passerelle, Kortrijk), A distancia (Teatro Real, Cordoba, Argentina),The speech (Festival Equilibrium Rome).

In the last three years she has expanded her choreographic work and research, both in Belgium and internationally. In 2014 she choreographed Hiob for Sandra Strunz (Theater Bonn). In 2015 she choreographed Das Brennende Haus, directed by Emilio Garcia Wehbi and Maricel Alvarez (Stad Theater Bern). In the summer of 2016 she collaborated with Lies Pauwels for HETPALEIS (Antwerp) in The Hamilton Complex. For Learning how to walk (NTGent) she collaborated with Benny Claesens.

Together with Ayelen Parolin she created La Esclava, which premiered in 2015. Her latest play, Monkey Mind, premiered in Campo (Ghent) in 2016 and is currently touring Belgium.

Lisi is currently working on the preparations for the Monkey Mind Festival for the Dansand festival in Oostende. She is also involved in the educational project organized by les ballets C de la B. Lisi holds workshops and master classes, both in Belgium and abroad.

Robrecht Ghesquière is a lighting technician, a lighting designer and a sound engineer. He has earned his stripes in the world of culture and dance. He has worked for such luminaries as Marc Vanrunxt, Carles Benavent, Alain Platel, Sidi Larbi Cherkaoui, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Fabre, Douglas Wright, Pina Bausch, Ken Loach, Wim Vandekeybus, Sfinks Festival, Zap Mama, MartHa!tentatief, Meg Stuart, Koen Augustijnen, and more.

Geert Belpaeme is a theatre producer and performer. In 2010 he graduated from the drama programme of the School of Arts in Ghent, where he currently works as a teacher and researcher. Since 2011 he has been working with Mats Van Herreweghe under the name l’hommmm. Together they investigate the boundary between theatre and dance. In addition to l’hommmm, he set up the De Polen group in 2016 together with Bosse Provoost, Kobe Chielens and Lieselotte De Keyzer. He has also worked as a circus coach with Alexander Van Tournhout and Circus Katoen, among others.

As a dancer and choreographer, Marc Vanrunxt has occupied a unique position in the Flemish world of dance for over 30 years. He explores the boundaries of dance as a medium and choreography as a language by taking into account the body’s possibilities. In his work he tries to re-define terms like time, space, energy and presence. Vanrunxt’s work centres around contradictions like visible/invisible and tangible/elusive. His artistic vocabulary is rooted in the punk and do-it-yourself movements, in minimalism and abstract expressionism.

The attempt to distil that composition into a dance that wants to step out of the world and into the image is counterbalanced by a sharp awareness of the material that surrounds and directs the dance. The presence and longing of the spectator entice the choreographer to take a furtive glance over the edge of the strictly organised space. Seriousness, control and composure overlap with winks, chaos and quotes.